Titus de Jong is al van jongs af aan geboeid door het Verre Oosten, met name
door de schilderkunst die daar vandaan komt. Begin jaren tachtig in Wageningen
terechtgekomen heeft hij het geluk dat daar lesgegeven wordt door de Japanse
kunstenares Eiko Kondo. Zij brengt hem de beginselen bij van de Japanse stijl:
sumi-e. In de jaren daarna ontwikkelt hij zichzelf verder.
Hij schildert voornamelijk natuurlijke onderwerpen en probeert met de sumi e
techniek de energie zichtbaar te maken die hij in zijn onderwerpen ziet.
De kunst van sumi e is het zoveel mogelijk zeggen met zo min mogelijk lijnen;
eerder het weergeven van een idee dan het precies naschilderen. De aard van
de materialen bevordert een snelle, spontane manier van schilderen. |